Klimaatexperts spreken bij fijnstofconcentratie altijd over PM(= ‘Particulate Matter’), bijvoorbeeld PM10 betreffende de deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm en PM2,5 betreffende de deeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 µm. In Europa wordt voor het binnenklimaat gestreefd naar de volgende normen:

  • PM10: maximum 40 µg per kubieke meter gemeten als jaargemiddelde

  • PM10: maximum 50 µg per kubieke meter gemeten als daggemiddelde; overschrijding is toegestaan op niet meer dan 35 dagen per jaar

  • PM2,5: maximum 25 µg per kubieke meter gemeten als jaargemiddelde (grenswaarde 2015)

Traditionele fijnstofmetingen (µg/m³) verlopen middels de gravimetrische methode (massatoename van een filter bepalen na het aanzuigen van een gekend volume lucht). Deze meetapparatuur is zo kostbaar dat je bent aangewezen op het inschakelen van een professioneel meetbedrijf voor het uitvoeren van een dergelijke fijnstofmeting. Het nadeel van zo'n meting in µg per kubieke meter is dat deze duur is en slechts een momentopname betreft.


Vraag aan DYLOS:

Is er een conversiefactor om de aantallen deeltjes die staan vermeld op de Dylos display - deeltjes met een diameter groter dan 0,5 µm en 2,5 µm - om te rekenen naar microgram (µg) per kubieke meter, zoals gehanteerd bij PM10 and PM2,5?


Reactie van DYLOS:

De aantallen op de display betreft de concentratie van alle deeltjes GROTER dan de drempelwaarde. De drempelwaarde van de DC1100-PRO is 0,5µm en 2,5µm. De weergegeven concentraties zijn het aantal deeltjes per ‘cubic foot’ gedeeld door 100. (67 = 6.700 deeltjes per ‘cubic foot’) Als je dit aantal vermenigvuldigt met 35,3 krijg je het aantal deeltjes per liter (dm3), hetgeen een veel gebruikte meeteenheid is bij fijnstofmeters/deeltjestellers.

Conversie naar PM2,5 is mogelijk maar nogal riskant, omdat er meerdere factoren zijn die die de conversie beïnvloeden.

Onlangs heb ik een test gedaan met sigarettenrook en toen kwam ik uit op een conversiefactor van ongeveer 40. Ik nam het getal van de 0,5µm en trok daar het getal van de 2,5µm vanaf en deelde het resultaat door 40 om bij benadering de waarde te krijgen van PM2,5 uitgedrukt in µg/m3. Bijvoorbeeld, een waarde van 3.400 (0,5µm) en 200 (2,5µm) geeft een PM2,5 van 80µg/m3. De conversiefactor is afhankelijk van meerdere factoren zoals de reflectie (kleur), de soortelijk dichtheid en soortelijke massa van de deeltjes. Voor een ander type fijnstof zou de conversiefactor ook 400 (i.p.v. 40) kunnen zijn. In dat geval resulteren dezelfde aantallen op de display in slechts 8µg/m3. Zoals je ziet is deze range behoorlijk groot. Aangezien rook goed traceerbaar is met laserdetectie zal de conversiefactor over het algemeen groter zijn dan 40.

Zelfs een fijnstofmeter ('DustTrak') die op basis van ‘lichtverstrooiing’ meet en circa $8000 kost, vertelt je niets meer dan onze Dylos fijnstofmeters doen, omdat het ook deeltjestellers zijn met de mogelijkheid om een conversiefactor in te voeren, die je eerst experimenteel zal moeten bepalen, om een uitlezing in microgrammen per kubieke meter te krijgen.

De apparatuur om een ECHTE real-time PM massa-gebaseerde fijnstofmeting te doen kost ongeveer $30.000. 

De gemakkelijkste manier om een PM massa-meting te doen óf een conversiefactor te bepalen, is met een pomp/filter combinatie. Om de PM2,5 te bepalen heb je een ‘impactor’ nodig voor de filter om alle deeltjes tegen te houden die groter zijn dan 2,5 microns. Na een bepaalde periode verwijder je de filter en weegt deze. Het massaverschil gedeeld door het volume lucht dat door de filter is gegaan, is je PM waarde. Deze simpele benadering is erg ‘low- tech’ en was al bekend en schikbaar lang voordat deeltjestellers waren uitgevonden. Vandaar dat de PM waarde nog steeds in µg per m3 wordt vermeld.

Eigenlijk komt het erop neer dat in het geval dat een klant absoluut een PM2,5 meting moet doen, omdat de regelgeving dit voorschrijft, dan zul je hem waarschijnlijk geen meter verkopen. Alhoewel, hij zou onze fijnstofmeter praktisch en bruikbaar kunnen vinden om niet officiële checks te doen in zijn ruimten of om zijn proces te verbeteren. Om de regelgevers tevreden te stellen is hij genoodzaakt om een goedgekeurde meting uit te laten voeren. De meeste klanten zullen tevreden zijn met real-time meting van het aantal deeltjes voor een dergelijk lage prijs.



Vraag aan Dylos: Hoe zit het met de meetnauwkeurigheid bij hoge stofconcentraties?

Reactie Dylos: Deeltjestellers hebben niet de nauwkeurigheid zoals een thermometer. Zij meten de afmeting van de deeltjes indirect en baseren dit op de verstrooiing van licht, hierdoor is de nauwkeurigheid afhankelijk van de eigenschappen van de deeltjes. Dit is de wijze waarop alle fijnstofmeters/deeltjestellers werken en is derhalve geen issue.

Deeltjestellers zullen 'ondertellen' als de concentratie deeltjes toeneemt. Wij garanderen een maximum van 10% ondertelling bij 1.000.000 deeltjes per ‘per cubic foot’, dit komt overeen met een getal van 10.000 op de display van de monitor. In de praktijk presteren onze monitors significant beter dan dat –  10% bij 3.000.000 voor de DC1100-PRO of DC1700.



Vraag aan Dylos: Is het nodig om de fijnstofmeter na verloop van tijd opnieuw te kalibreren?

Reactie Dylos: Er zijn klanten die hun meter elke twee jaar laten kalibreren, maar wij geven aan dat dit niet nodig is.
Als de klant het gevoel heeft dat het apparaat onjuiste tellingen verricht, dan kan het zijn dat reparatie/kalibratie nodig is.
Het enige onderhoud dat de fijnstofmeter nodig heeft is dat hij met enige regelmaat wordt schoongeblazen met perslucht.
De regelmaat hangt af van de vervuiling van de omgeving. Een spuitbus met perslucht is te koop bij de vakhandel.



Vraag aan Dylos: Telt de deeltjesteller alleen fijnstofdeeltjes?

Reactie Dylos: De deeltjesteller is niet selectief en telt álle deeltjes met een diameter vanaf 0,5µm. Het is dus mogelijk dat microscopisch kleine waterdruppeltjes, afkomstig van mist, douche, stoomstrijkijzer of van een ultrasone luchtbevochtiger, het aantal deeltjes (tijdelijk) doet toenemen.



Vraag aan Dylos: Hoe telt de Air Quality Monitor de deeltjes?

Reactie Dylos: De Dylos Air Quality Monitor maakt gebruik van de isokinetische methode. De ventilator blaast een vaste hoeveelheid lucht in de meetkamer. De laser schijnt via een parabolische spiegel strooilicht op de sensor. Dit resulteert in een zeer nauwkeurig signaal met een hoog concentratie limiet van 3.000.000 partikels per kubieke foot. In de monitoring mode wordt elk uur gedurende 1 minuut, aan de hand van 20 monsters van elk 3 seconden, berekend wat de gemiddelde waarde is.